Blog: Objectgericht werken en een centrale objectenregistratie

UNAFACT en het CORE-initiatief pleiten voor het gebruik van een centrale objectenregistratie

De centrale objectenregistratie is één databestand binnen de organisatie die als gestandaardiseerde vraagbaak en opslag- en ontvangstlocatie dient. Objectgegevens kunnen vanuit hier enkelvoudig worden geregistreerd en meervoudig worden gebruikt, om uitwisselbaar, gestandaardiseerd en objectgericht werken te faciliteren. Het gebruik van een centrale objectenregistratie is één van de vier oplossingsrichtingen om het schrijnende informatieverlies in de objectlevensfases te adresseren (samen met uniform uitwisselen, regie op standaarden en objectgericht ontwerpen). Ben je nog niet op de hoogte van de ernst van het informatieverlies? Lees dan hier het onderzoek van UNAFACT. 

In dit artikel legt UNAFACT uit wat de centrale objectenregistratie is, hoe de objectenregistratie samenhangt met de doelstellingen van het CORE-initiatief en hoe die kan bijdragen aan het aanpakken van het informatieverlies in de objectlevensfases.

Uitbeelding van de rol van de centrale objectenregistratie in het informatieproces

Het CORE-initiatief

Het CORE-initiatief is een initiatief van gemeenten voor gemeenten dat ten doel heeft om alle objecten op een uniforme manier vast te leggen om het informatieverlies tegen te gaan en het informatieproces te optimaliseren. CORE wordt door UNAFACT begeleid. CORE richt zich op het ontwikkelen van oplossingen voor objectgericht en gestandaardiseerd werken en behartigt daarin de belangen van gemeenten, waterschappen, provincies en andere overheidsinstellingen die veel ruimtelijke objecten in beheer hebben. 

De centrale objectenregistratie als technische oplossing en applicatie moet van meet af aan onderscheiden worden van CORE als oplossingsrichting voor objectgericht werken. Bij het bespreken van de centrale objectenregistratie gaat het om een concrete applicatie die bepaalde functies vervult in de informatievoorziening. Het CORE-initiatief is een begrip dat als ideaal functioneert bij het bedenken van concrete oplossingen. De ideale centrale objectenregistratie zou functioneren in lijn met de ideeën van CORE. De denkwijze van het CORE-initiatief is dus nog niet de applicatie zelf.

De doelstellingen van CORE

Op hoofdlijnen is de centrale doelstelling van CORE het realiseren van één databestand binnen de organisatie dat als gestandaardiseerde vraagbaak en opslag- en ontvangstlocatie te dienen waarin objectgegevens enkelvoudig worden geregistreerd en meervoudig kunnen worden gebruikt. De doelstellingen van CORE zijn daarom:

1. Objectgericht werken mogelijk te maken: Door één datalaag als waarheid voor objectinformatie aan te wijzen binnen de organisatie ontstaat er een centraal uitwisselpunt voor objectinformatie, van waaruit geleverd kan worden aan externe portalen en die kan dienen als binnengemeentelijke bron, waardoor alle werkzaamheden van de organisatie over synchrone data kunnen beschikken.

2. Informatieverlies in de keten te voorkomen: De missende schakel in de objectlevenscyclus. De data die beschikbaar zijn in de ontwerp- en aanlegfases van de objectlevenscyclus kunnen door beperkingen wat de aansluiting van de Nederlandse CAD Standaard (NLCS) op de geo- en beheeromgevingen betreft niet overgenomen worden. Dit leidt tot een enorm informatieverlies van maximaal 73%. Ondertussen wordt er veel geld besteed aan het dichten van de informatielekken in de beheer- en geofases, maar het is allesbehalve efficiënt. Als initiatief wil CORE bereiken dat de digitale gereedschappen, die al bestaan, beter op elkaar aangesloten worden en erop aansturen dat er verbinding wordt gelegd tussen NLCS en IMBOR, zodat het informatieverlies aanzienlijk teruggebracht kan worden.

Hoe de centrale objectenregistratie het informatieverlies aanpakt

Om praktische invulling te geven aan de ideeën van CORE is de centrale objectenregistratie als technische oplossing benodigd. Voor het adresseren van het informatieverlies in de keten van de objectlevensfases is het nodig dat de centrale objectenregistratie de technische schakel vormt tussen ontwerpprocessen en beheer- en registratieprocessen, zoals te zien is in de onderstaande afbeelding. 

In die rol vervult de centrale objectenregistratie drie belangrijke functies om het informatieverlies te kunnen aanpakken:

1. Het samenbrengen van standaarden: De centrale objectenregistratie moet met zowel NLCS-ontwerptekeningen als met IMBOR-data kunnen werken en de twee aan elkaar kunnen relateren.

2. Het voorzien in uniforme gegevensuitwisseling: Door de centrale plek die de centrale objectenregistratie inneemt in de informatievoorziening, moet de centrale objectenregistratie op verschillende manieren gegevensuitwisseling ondersteunen. Dit betekent dat de Objectenregistratie via uniforme API’s bevraagbaar moet zijn voor alle sectorale applicaties die gebruik willen maken van data uit de centrale opslag. Dit betekent ook dat de objectenregistratie vaste koppelingen moet hebben met het ontwerp- en georegistratieproces. Data moeten vlekkeloos in ontvangst genomen worden vanuit NLCS-projecten en revisietekeningen (ontwerp); daarnaast moet geometrie van objecten die met basisregistraties te maken hebben ontleend kunnen worden aan de geovoorziening; en moet de centrale objectenregistratie dienen als medium om mutaties te ontvangen vanuit zowel de geo- als beheerfases (sectorale beheersystemen).

3. Het faciliteren van objectgericht werken: Objectgericht werken wordt door de uniforme uitwisseling van de centrale objectenregistratie al deels mogelijk gemaakt, maar de centrale objectenregistratie heeft daar ook aanvullende functionaliteiten nodig, zoals het registreren van (i) minimale datasets, (ii) autorisaties en gebruikersrechtenverstrekking en (iii) metadata. 

(i) Een minimale dataset is een registratiedoel en -verplichting waarop gestuurd kan worden door de organisatie. Het aansluitende idee is dat de weergegeven paspoortgegevens overeenkomen met de vastgestelde minimale dataset en dat dientengevolge er duidelijkheid bestaat over welke gegevens vergaard en beheerd moeten worden per objecttype.

(ii) Objectgerichte autorisatie en gebruikersrechtenverstrekking is het reguleren van de rechten die gebruikers hebben binnen het systeem om te werken met objectgegevens. Denk aan: rechten om binnen bepaalde gebieden te mogen werken; het maken van geometrische wijzigingen; administratieve wijzigingen; het accepteren of doorvoeren van mutaties afkomstig uit/geadresseerd aan externe applicaties; de plaats van een gebruiker in een hiërarchie met betrekking tot het overschrijven van acties van andere gebruikers; het terughalen van historie; en op bepaalde projecten en disciplines. 

(iii) Metadata zijn gegevens die betrekking hebben op de geregistreerde objectgegevens als geheel. Hierbij gaat het om de volledigheid van de geregistreerde gegevens, de actualiteit (met datum), de gepaste mate van integriteit, gevoeligheid en betrouwbaarheid en de wijze van inwinnen en de gemiddelde mutatiefrequentie van een dataset met objecten als geheel. Het is voordelig als deze gegevens gebruikt kunnen worden voor analyses en managementrapportages omdat dit perspectief op alle objectgegevens als geheel een belangrijk objectgericht stuurmiddel kan zijn voor de organisatie. 

Draag bij door samen te werken met UNAFACT en de CORE-gemeenten

Conclusie

Objectgericht werken en het aanpakken van het informatieverlies in de objectlevenscyclus zijn twee zijden van dezelfde munt. Door standaarden samen te brengen, uniforme uitwisseling van objectgegevens te faciliteren en de schakel te vormen tussen ontwerp en beheer maakt een centrale objectenregistratie objectgericht werken in de informatievoorziening mogelijk. UNAFACT en het CORE-initiatief pleiten daarom voor het gebruik van een centrale objectenregistratie om recht te doen aan de complexe behoefte om door de gehele organisatie heen met objectgegevens te werken.

Leer van en draag bij aan het CORE-initiatief tijdens de event van Ruimteschepper op 15 februari.